Stramrood

Herkomst van de naam

De naam Stramrood is een toponiem en komt van Stramproy, een klein plaatsje in Zuid-Nederland, ongeveer 8 km. ten zuiden van Weert.

Mijn oudst-bekende voorvader Peter Jansz trouwt op 21-12-1617 in de Geertekerk te Utrecht met Steffenia Teunis, dochter van Tonis Meeus/Meusz van Kempen en Hendrickje Thonisdr. Peter en Steffenia overlijden resp. in 1627 en 1636 tengevolge van de pest. Hun twee jonge kinderen Jan en Teunis worden opgevoed door de grootouders en noemen zich later "van Stramproy". Vermoedelijk was dit de plaats van herkomst van de grootvader Tonis Meeus.

Tonis Meeus van Kempen wordt op 20-7-1585 ingeschreven als burger van Utrecht en was linnenwever van beroep.

 

Migratie van Brabant naar Utrecht

Het weven en verven van linnen kende een hoogtepunt in Utrecht aan het einde van de 16e en begin van de 17e eeuw (Ronald Rommes; Oost, west, Utrecht best?. Driehonderd jaar immigratie en immigranten in de stad Utrecht, 1998).

Tussen 1569 en 1621 nam het aantal leden van het linnenweversgilde toe van 124 tot 147.

Veel nieuwkomers in Utrecht waren dan ook werkzaam in deze textielnijverheid. Een groot aantal van hen kwam uit het Brabants-Limburgs grensgebied van de Peel en de Kempen. Vooral Weert en omgeving (o.a. Stramproy) was een belangrijke herkomstplaats. In het Burgerboek van Utrecht vond ik over de periode 1530-1600 40 nieuwe burgers uit Weert en omgeving, en over de periode 1600-1660 een aantal van 16. Van deze 56 nieuwe burgers waren en plm. 40 die het beroep van linnenwever, wollewever of drapenier uitoefenden. Hieronder de bovengenoemde Tonis Meeus.

In Stramproy kwam veel lakenweverij voor. Op 22-3-1609 vaardigde Anna, gravin van der Marck, vorstin van Thorn, een verordening uit waarmee de aangelegenheden van de lakenweverijen in Stramproy wettelijk werden geregeld. Zonder vergunning van de vorstin mochten in het vorstendom Thorn nergens lakenweverijen worden opgericht, behalve in Stramproy.

De migratie van Weert en omstreken naar elders werd vooral veroorzaakt door de onrust en onveiligheid in dit gebied en de daarmee gepaard gaande armoede. Met name in de 2e helft van de 16e eeuw werd het gebied geteisterd door de strijd tussen de calvinisten en roomsen.

Veel nieuwkomers uit Weert en omgeving vestigden zich in Utrecht in de buurt van de Geertekerk. Daar bevond zich de herberg "Wiert" in de Geertesteeg. Het belang van deze herberg ging verder dan het bieden van logies. Het was een trefpunt waar nieuwkomers streekgenoten konden ontmoeten. Deze sociale funktie was voor nieuwkomers erg belangrijk; beroeps- en streekgenoten konden elkaar daar treffen en informatie uitwisselen over mogelijke werkgevers en vrijkomende arbeidsplaatsen, wat in hoge mate hun kansen op een langdurig verblijf in de stad bepaalde.

Ook de kerk vervulde een belangrijke funktie en zorgde soms voor de noodzakelijke opvang en steun. Voor de migranten uit Weert en omgeving was dat de Geertekerk. Kerkmeester van deze kerk was in de periode 1600-1625 Servaes Jacobsz van Wiert, tevens drapenier.

 

De naam (van) Stramproy in Utrecht

Tonis Meeus was niet de enige migrant uit Stramproy die zich in Utrecht vestigde.

Ik vond nog plm. 25 andere personen afkomstig uit deze plaats.

Voor een overzicht zie Migranten uit Stramproy.

 

Het middeleeuwse geslacht van Stramra(o)de

Bij mijn onderzoek naar mijn familie stuitte ik op een Gadert van Stramprade/Stramprode die omstreeks 1400 muntmeester van Gelre was. Uiteraard was ik benieuwd of er een verband zou kunnen zijn met het geslacht Stramrood waar ik toe behoor. Via literatuuronderzoek ben ik het nodige te weten gekomen over deze "naamgenoot" en zijn nageslacht. Een familierelatie is er niet, want voor zover bekend sterft dit geslacht eind 15e eeuw uit.

Voor meer informatie zie Geslacht van Stramprade/Stramprode in Gelre.

 

van Stramproij, een trompettersgeslacht

 

 

Copyright ┬ę Ar Stramrood 2014