Burgerrecht Utrecht

Personen uit de Kempen, Weert en Stramproij die het burgerrecht van Utrecht verkregen.

 

Inleiding

Burger van Utrecht kon men worden door vererving via de vader, door koop of door schenking.
Koop was voor nieuwkomers de aangewezen weg om burger van de stad te worden. Daarvoor moest betaald worden , waar uiteraard niet iedereen toe in staat was. Slechts een beperkt aantal nieuwkomers in de stad werd daardoor burger. Dit waren vrijwel allemaal mannen die zelfstandig een beroep wilden uitoefenen. Dit vanwege de zogenaamde gildedwang;om lid te worden van een gilde was het burgerschap van Utrecht verplicht.
De leges die voor het burgerschap betaald moest worden bedroeg in Utrecht tot ca 1550 6 gulden en 8 stuivers aan de stad en 4 stuivers aan een drietal anbtenaren. Na 1550 werd dit 7 gulden aan de stad, vanaf 1601 12 gulden en een verdubbeling in 1608 en in 1611. Vanaf 1624 bedroeg het leges 12,5 gulden voor geboren Utrechters en 25 gulden voor vreemdelingen/nieuwkomers.
Voor arme mensen bestond het zogenaamde slijkburgerschap. In ruil voor de verplichting een bepaald objekt (meestal een brug, straat of werf) schoon te houden werd iemand voor het leven het burgerrecht verleend. Dit slijkburgerschap kon niet worden vererfd.
Met het burgerschap werd toegang verkregen tot een aantal instellingen van sociale zorg, zoals het Burgerweeshuis voor nagelaten kinderen.
Degenen die het burgerschap geschonken kregen of kochten werden genoteerd in het stedelijk publikatieboek, het Buurtspraakboek. Parallel aan de publikatieboeken liep de registratie van de betalingen door nieuwe burgers aan de eerste kameraar van de stad.

Gevonden inschrijvingen

 

1424 Rogier van Kempen.
1524/1525 Reijer Lenertsz van Weert, linnenwever.

1525/1526 Dirck Henricksz van Kempen, houtzager.
1525/1526 Willem Jansz van Weert, wollewever.
1525/1526 Willem Jansz van Wiert, wollewever.
1537/1538 Egbert Sijmonsz van Wiert, kistenmaker.
1538/1539 Willem Sijmonsz van Wiert, linnenwever.
1539/1540 Frans Leenartsz van Wiert, timmerman.

1543/1544 Frans Cornelisz van Wiert, wollewever. Eed afgelegd op 10 maart.
1545 Peter Henricksz van Wiert. Slijkburger op de steeg bij het Duitse Huis.
1545/1546 Peter Jansz van Weert, vulder.

1549/1550 Meerten Sijmonsz van Wiert, linnenwever. Eed afgelgd op 10 februari.

1550 Gobel Jansz van Wiert, wollewever. Slijkburger op St. Peters St. Mertijnsdam. Eed afgelegd op 12 mei.
1550 Henrijck Fransz van Wiert, linnenwever. Slijkburger "om die trap over deser Stads wanthuijs scoen te houden".

1551 Gerrit Willemsz van Wiert, linnenwever.
1551/1552 Sijmon Jansz van Wiert, ketelboeter. Slijkburger aan de Craen. Eed afgelegd op 1 september.
1553/1554 Dirck Petersz van Wiert, slijkburger "om die lange vogelbanck op de Gansmarkt schoon te houden". Eed afgelegd op 25 augustus.
1556 Meerten Lambertsz van Wiert, linnenwever. Slijkburger voor de Craen. Eed afgelegd op 29 januari.
1556/1557 Jan Corsten van Wiert, linnenwever. Slijkburger op de Rodenburgerbrug.

1559/1560 Dirck Jansz van Wiert, wollewever. Slijkburger bij het Duitse Huis.
1559/1560 Gijsbert Jansz van Wiert. Slijkburger om 't Leech Erf voor de Craen.
1559/1560 Willem Henricksz van Wiert, linnenwever. Slijkburger Hudebrug.
1560 Jan Acrijnsz van Wiert, wollewever. Slijkburger St. Mariekerkhof. Geboortig van Wijert.
1560/1561 Jan Lenart Beerntsz van Wiert, wollewever.
1561 Jan Beernt Lenartsz van Wiert, linnenwever.
1562 Henrick Gerritsz van Kempen. Slijkburger op de trap in de Snippevlucht.
1564 Peter Cornelisz van Wiert, linnenwever.
1565/1566 Willem Gijsbertsz van Wiert, linnenwever.
1571 Peter Jansz van Kempen, linnenwever.
1572 Evert Matthijsz van Weert, linnenwever.
1572/1573 Jacob Sebastiaensz van Kempen, linnenwever.
1572/1573 Bartholomeus Petersz van Kempen, linnenwever.
1573 Dirck van Kempen, schoenmaker.
1573/1574 Jan Jacobsz van Wiert.
1576 Jacob Coenraetsz van Kempen, laijmaker, slijkburger.
1579 Jan Gerritsz van Kempen, linnenwever. Slijkburger op de Viebrug.

12-10-1581 David Faesz van Wiert, linnenwever. Slijkburger.
6-1-1582 Jan Jansz, linnenwever. Afkomstig van Kempen.
2-4-1582 Henrick Rutgersz, wollewever. Afkomstig van Wiert.
26-4-1582 Guert Petersz. Afkomstig van Kempen.
5-1-1583 Matthijs Jansz, linnenwever. Afkomstig van Kempen.
19-9-1584 Matthijs Jansz van Wiert, drapenier.
20-7-1585 Jan Jacobsz van Wiert, linnenwever.
20-7-1585 Antonis Meus van Kempen, linnenwever.
20-7-1585 Jan Jacobsz, linnenwever. Afkomstig van Kempen.
6-1-1587 Gerrit Jansz, linnenwever. Afkomstig van Kempen.
14-9-1588 Philips Matthijsz, schoenlapper. Afkomstig van Wiert.
14-9-1588 Dierck Henricksz, wever. Afkomstig van Wiert.
28-6-1589 Jan Meeus, linnenwever. Afkomstig van Kempen.
27-4-1590 Jan Henricksz van Kempen, linnenwever.
7-1-1592 Goort Rutgersz van Wiert, linnenwever.
29-9-1593 Peter Crijnsz van Wiert, wollewever.
12-1-1594 Jan Petersz van Wiert.
20-7-1594 Peter Jansz van Kempen.
14-10-1594 Aert Michielsz van Wiert, kleermaker.
14-10-1594 Jan Lambertsz, linnenwever. Afkomstig van Wiert.
29-3-1595 Huijbert Meertensz, wollewever. Afkomstig van Wiert.
29-3-1595 Tomas Petersz, wollewever. Afkomstig van Wiert.
5-4-1595 Jan Jacobsz, linnenwever. Afkomstig van Wiert.
2-2-1598 Peter Jacobsz van Kempen, linnenwever.
30-5-1601 Goort Simonsz van Wiert, passementwerker.
6-6-1601 Peter Petersz van Wiert, knoopmaker.
15-5-1602 Henrick Leuven, linnenwever. Afkomstig van Kempen.
9-2-1605 Cornelis Henricksz van Weert, kuiper.
25-5-1605 Jan Gerritsz van Wiert, herbergier.
6-7-1605 Gerrit Jansz van Wiert, linnenwever.
27-9-1605 Jan Henricksz van Wiert, verver.
12-7-1606 Jacob Jacobsz van Wiert, wollewever.
27-9-1605 Pauwels Gelisz, wollewever. Afkomstig van Wiert.
3-10-1607 Dirck Jansz van Wiert, drapenierder.
3-10-1607 Jan Lolle, wollewever. Afkomstig van Wiert.
16-5-1608 Jan Petersz van Wiert, wollewever.
16-5-1608 Jan Florisz van Reckelinckhuysen, schoenmaker. Afkomstig van Wiert.
20-8-1608 Ambrosius Jacobsz van Wiert, drapenierder.
28-9-1610 Jan Jansz van Kempen, tijckwerker.
11-12-1613 Coenraat Petersz van Kempen, linnenwerker.
4-6-1617 Jan Henricksz van Kempen, schilder.
12-3-1625 Maes Jelisz, linnenwever. Afkomstig van Wiert.
6-8-1625 Oth Gerritsz van Kempen, kleermaker.
28-11-1629 Jacob Pauwelsz van Kempen, linnenwever.
7-7-1632 Peter Jansz van Kempen.
9-4-1633 Willem Abramsz van Wiert.
28-2-1640 Mattheus Geurtsz van Wiert.
20-3-1647 Peter Henricksz van Kempen.
20-3-1647 Lambert Henricksz van Kempen.
27-3-1647 Geurt Jansz van Stramproij.
27-3-1647 Coenraat Martensz van Kempen, linnenwever.
27-3-1647 Gijsbert Glaude van Wiert, schoenmaker.
3-4-1647 Henrick Henricksz. Afkomstig van Kempen.
20-3-1652 Henrick Claesz van Kempen.
27-3-1652 Peter Geurtsz van Kempen.
7-3-1657 Jan Willemsz Nobel. Afkomstig van Kempen.
14-3-1657 Matthijs Rutgersz van Wiert, bierdrager.
14-3-1657 Tielman Willemsz van Kempen, kleermaker.
21-3-1657 Willem Leendertsz van Stramproij.
26-3-1659 Jan Petersz van Stramproij, tapper.
2-4-1659 Rutger Claesz Knaep. Afkomstig van Wiert.
1661/1662 Christiaan Andriesz van Kempen.
24-3-1677 Cornelis Ripgens, kleermaker. Afkomstig van Kempen.

Copyright ┬ę Ar Stramrood 2014